Een pasgeboren baby heeft voeding nodig om te groeien en zich te ontwikkelen. In het begin kan voeding een groot onderdeel van je dag worden. Voeden, boeren, verschonen en weer opnieuw beginnen: het kan soms voelen alsof je nergens anders aan toekomt.
Of je nu borstvoeding, flesvoeding of een combinatie geeft, het kan even duren voordat jullie een manier vinden die goed voelt.
Borstvoeding
Als je borstvoeding wilt geven, kan het in het begin even zoeken zijn. Je baby moet leren drinken en jij moet ontdekken hoe het aanleggen en voeden voor jullie werkt.
De eerste dagen kan begeleiding prettig zijn. Een verloskundige, kraamverzorgende of lactatiekundige kan bijvoorbeeld meekijken wanneer het aanleggen niet goed lukt of wanneer je vragen hebt.
Je hoeft niet meteen alles te kunnen. Voeden is iets wat jij en je baby samen leren.
Flesvoeding
Je kunt er ook voor kiezen om flesvoeding te geven. Misschien past dit bij jou, of misschien lukt borstvoeding niet zoals je had gehoopt.
Ook bij flesvoeding leer je steeds beter herkennen wanneer je baby honger heeft en wanneer je baby genoeg heeft gehad.
Volg bij het klaarmaken en bewaren van flesvoeding de aanwijzingen op de verpakking en het advies van je zorgverlener.
Honger herkennen
Een baby kan op verschillende manieren laten merken dat hij of zij wil drinken.
Je kunt bijvoorbeeld merken dat je baby:
- wakkerder wordt;
- met het hoofdje zoekt;
- de handjes naar de mond brengt;
- zuigbewegingen maakt;
- onrustiger wordt.
Huilen kan ook een signaal zijn, maar is vaak een later teken van honger.
Na verloop van tijd leer je steeds beter welke signalen jouw baby geeft.
Genoeg voeding
In de eerste periode wordt goed gekeken of je baby voldoende voeding binnenkrijgt en zich goed ontwikkelt. Groei, luiers en het gedrag van je baby geven samen belangrijke informatie.
Bij twijfel hoef je niet zelf uit te zoeken of je baby genoeg drinkt. Bespreek je zorgen met de kraamzorg, verloskundige, jeugdarts of huisarts.
Voeden is meer dan eten
Tijdens het voeden krijgt je baby niet alleen voeding. Het is ook een moment van nabijheid en contact.
Je baby hoort je stem, voelt je aanraking en kan rustig naar je kijken. Of je nu borst- of flesvoeding geeft, van die momenten kun je samen een vertrouwd ritueel maken.
Als het anders gaat dan verwacht
Misschien had je vooraf een duidelijk idee over hoe je wilde voeden. In de praktijk kan het anders lopen.
Je kunt bijvoorbeeld overstappen van borst- naar flesvoeding, voeding combineren of hulp nodig hebben bij het vinden van een manier die bij jullie past.
Dat maakt je geen betere of slechtere ouder.
Ook jij hebt voeding en rust nodig
Als je veel met je baby bezig bent, is het makkelijk om jezelf te vergeten. Probeer daarom ook regelmatig iets te eten, genoeg te drinken en rustmomenten te nemen wanneer dat kan.
Je hoeft niet alles alleen te doen. Laat iemand anders gerust een maaltijd maken, boodschappen doen of een andere taak overnemen.